Australia

In de zomer van 2003 maakte ik een reis van twee maanden naar Australie, Nieuw Zeeland en Fiji, met een stopover van een paar dagen in Singapore. Hieronder het tweede deel van het reisverslag dat ik maakte.

Na mijn eerste geweldige ervaring met de Servas (hospitality) organisatie in Singapore, begon Sydney ook meteen alweer goed. Op mijn email naar een paar hosts reageerde o.a. Adam, een trombonist en filmmaker uit het centrum van Sydney. Hij bood aan dat ik bij hem kon logeren. Er was alleen een probleempje: op de avond dat ik aankwam moest hij spelen in de opera van Sydney, en was hij dus niet thuis om me te ontvangen… Deze wildvreemde man bood toen aan zijn sleutel voor mij klaar te leggen zodat ik zijn huis in kon…. Het was heel raar om ergens binnen te komen waar je niet bekend bent, bij iemand die je niet kent….Gelukkig was er een kat, die me vriendelijk verwelkomde. Adam bleek gelukkig ook erg aardig te zijn toen hij ‘s avonds thuis kwam. Hij heeft een piepklein appartement midden in het centrum en ik slaap op de slaapbank in de woonkamer, met de kat.

De volgende dag zijn we een wandeltocht langs de haven gaan maken. Sydney is geweldig! Heel groen, veel water en zelfs prachtige stranden. Het is wel koud, 10 – 15 graden, maar als de zon schijnt is het heerlijk. ‘s avonds kruip ik in mijn twee slaapzakken en met een extra dekbed over me heen en de kat onder de dekens als kruik, is het best uit te houden…

Een groot voordeel van zo’n culturele gastheer, is dat hij me een persoonlijk rondleiding heeft gegeven door de beroemde opera. Helaas speelde er geen opera, maar hij heeft wel gratis kaartjes geregeld voor een soort comedy show (Over Duitsers in de Jungle, niet uit te leggen, maar erg grappig..), en een prachtig concert. Ik grapte al dat als het opera house was ingestort, dat niemand van mijn vrienden zich dan zorgen zou maken over mij, omdat ze nooit verwacht hadden dat ik daar in zou zitten….

De andere dagen heb ik heerlijk door de stad gelopen en veel gezien. Ik heb een nieuwe hobby: Aboriginal kunst. Met de digitale camera die ik in Singapore heb gekocht, maak ik foto’s om die prachtige kleuren en vormen later terug te kunnen halen. Ik vind de schilderijen zooooo mooi, dat ik er uren naar kan kijken. De aboriginals doen iets met energie als ze ze schilderen en ik kan voelen dat er veel meer in zit dan alleen figuurtjes en verf.

Vandaag heb ik nog een lange wandeling gemaakt. Het is ongelofelijk hoe je midden in de stad ineens in de jungle kunt zitten of zomaar op een prachtig strand. Ik ben echt onder de indruk.

Morgen vlieg ik naar Alice Springs, het warme, droge, rode binnenland, waar ook Uluru (die beroemde, rode, heilige aboriginal rots, ofwel Ayers Rock) ligt. Helaas heb ik daar minder succes met Servas hosts, want de enige die daar woont is in het buitenland. Wel heeft er een “day host” gereageerd, die geen mensen in huis neemt, maar ze wel de omgeving wil laten zien. De 16e neemt hij me met een groep bushwalkers mee voor een wandeltocht door de woestijn. Een buitenkansje (letterlijk!). Ik wil proberen zoveel mogelijk van het land te weten te komen en te “ervaren”. Ik hoop ook dat ik een paar nachten buiten kan kamperen en zo de sterrenhemel kan zien.

Het is nu volle maan. Wisten jullie trouwens dat hier in het zuidelijk halfrond een “konijntje” in de maan zit? Bij ons zie je dat niet, maar als je hier naar de volle maan kijkt, zie je duidelijk het silhouet van een konijntje!

Nou, ik ga mijn spulletjes maar weer inpakken. Adam noemt me een “TechNomad”, omdat ik zoveel snoertjes in mijn rugzak heb. Terwijl ik anders zo licht kan pakken, sleep ik nu mijn laptop, oplaadkabel, telefoonsnoer, GSM, oplader voor telefoon, digitale camera, docking station, oplader, verbindingssnoer met compu en tv-out snoer mee. De helft van al die snoeren heb ik niet eens nodig onderweg, maar ja die kreeg ik bij die camera in Singapore. Misschien stuur ik ze wel op naar Nederland onderweg. Ik had trouwens van de ANWB een wereldstekker meegenomen, zodat ik in ieder land mijn laptop kan opladen. Inderdaad zitten er contactpunten op voor ieder land. Hij gaat dus ook in ieder stopcontact. maar tot mijn grote verbazing (en frustratie) krijg ik de NEDERLANDSE stekker van mijn laptop niet in de NEDERLANDSE ANWB stekker!!!!!! Kan iemand hier aub even over klagen bij de ANWB???
Dat niemand hier ooit eerder last van heeft gehad!!!
Afijn, als dat het grootste “ongeluk” is dat ik op deze reis zal krijgen, dan teken ik daar voor!

Alice Springs ligt letterlijk “in the middle of nowhere”. Uit het vliegtuig heb ik de prachtigste uitzichten over de woestijn. Tot mijn verbazing zie ik de Aboriginal schilderijen in het land als ik uit het raam kijk. De kleuren, de composities, de patronen (lijnen, stippen etc.) zijn precies wat ik in de musea heb gezien. Weten jullie dat de Aboriginals het land en zijn bewoners altijd vanuit de lucht weergeven? Hoe ze dat doen, is een raadsel.
Ik krijg zin om ook te gaan schilderen en een van de eerste dingen die ik doe in ‘Alice’ is verf en doeken kopen…

Ik word van het vliegveld opgehaald door een oudere man, Ernie genaamd (geen grapje), lid van Servas en ook van de lokale ‘Bushwalkers club’. Hij brengt me naar het youthhostel en belooft me op te halen voor de bushwalk later die week. Die nacht doe ik geen oog dicht, want een engelse vrouw op mijn kamer snurkt de hele nacht als een houthakker. Ze lijkt (om nog maar even in Muppet show termen te blijven) erg op Miss Piggy, maar ik vind dat die slapeloze nacht helemaal niet grappig. De volgende ochtend verhuis ik meteen naar een andere kamer.

Er leven in Alice Springs veel Aboriginals en de eerste keer dat ik er een zag, moest ik uitkijken om niet te wijzen en te staren:”kijk, een aboriginal!!!!” Helaas moet ik zeggen het een beetje een teleurstelling is. Ik had me een trots volk voorgesteld. Maar de overgrote meerderheid die in de steden leeft is heel ongezond, door verkeerd eten, overgewicht, suikerziekte en vooral alcohol. Mensen zien er vies uit, ongekamd haar, oude, vieze kleren, opgeblazen gezichten, dronken ogen, schreeuwen en schelden, of hangen bezopen op straat rond. Echt heel triest om te zien.

35.000 jaar lang hadden zij de meest stabiele beschaving op aarde, totdat “wij” kwamen. In relatief korte tijd zijn de oorspronkelijke bewoners van dit continent uitgemoord, in ‘heropvoedingskampen’ gestopt, is hun land en zijn zelfs hun kinderen afgepakt. Velen werden gesteriliseerd om te zorgen dat ze zouden uitsterven. Kortom, een prachtig, bijzonder volk, bijna uitgeroeid. Als ik dat allemaal had meegemaakt, zou ik misschien ook wel aan de drank gaan…

Ernie vertelt me dat er een engels stel is die ook meegaan met de bushwalk, die drie dagen in het nationale park zullen blijven camperen. Als ik wil, mag ik mee! Ik heb alleen een slaapzak, maar Ernie leent me een matje en een deken en Dave en Alisson (het Engelse stel) hebben kookspullen etc. Ik heb geen tent nodig (denk ik), want in Australië slaapt iedereen onder de sterren, toch?!?!? Op de ochtend dat we vertrekken is het zo koud (rond het vriespunt!!!!!) dat ik uit wanhoop het dekbed van het youthhostel “leen”. Als ik dat niet had gedaan, dan was ik denk ik een ijsblokje geweest, wat is het ONTZETTEND koud ’s nachts in de woestijn, in de winter…..

De bushwalk was geweldig! Ernie, met zijn 65+ jaren, stapte zo uit de auto de wildernis in. Volgde geen paden of zo, maar ging recht op de bergen af; door prikkelstruiken, over rotsblokken, recht op zijn doel af. Ik moest echt bijna rennen om hem en de rest bij te houden! Tot mijn verbazing gingen we daarna recht tegen de berg op! In rotsspleten leeft een hele andere flora en fauna, omdat daar water blijft staan, zelfs in de droge tijd. We zagen zelfs Cycaden, een soort palmbomen! Deze stammen nog uit de tijd dat Australië bedekt was met regenwoud en er dinosaurussen rondliepen!

De uitzichten zijn onbeschrijflijk mooi. Rode aarde, rotsen in alle kleuren rood en oranje, prikkelstruiken, lage struiken en vergezichten, zo mooi!

Avonds ging de rest van de groep terug naar Alice Springs en bleven Dave, Alisson en ik achter. We kookten wat op de campsite midden in de woestijn. Nadat de zon onderging zag ik voor het eerst de betoverende sterrenhemel van de woestijn. Omdat er geen enkel lichtje is in de wijde omtrek, is de lucht heel donker en zie je de melkweg als een dot watten. Zoveel sterren heb ik nog nooit gezien! Ik had zo’n zin om daar onder te gaan liggen dat ik mijn moeie lijfje (5 uur lopen/klimmen!) al vroeg in mijn bed legde. Veel anders was er trouwens niet te doen…. Met al mijn kleren aan kroop ik in mijn slaapzak (met lakenzak erin), deken eroverheen en dekbed daaroverheen. Capuchon op, handdoek over mijn hoofd…. Jeetje wat had ik het KOUD!!!! Slapen kwam er toch niet van, want zodra ik lag en alles stil was op de camping, hoorde ik geschuifel en gesnuffel om me heen. Het licht van de sterren was zo scherp, dat ik geen zaklamp nodig had om te zien wat het geluid maakte: dingo’s! Deze wilde honden staan erom bekend dat ze zo brutaal zijn dat ze zelfs af en toe een baby stelen! Deze keurden mij echter nauwelijks een blik waardig, maar toch vond ik het geen fijn idee dat ze de hele nacht op een halve meter afstand langs mijn “ bedje” liepen….

De volgende ochtend was ik gebroken, maar de zon warmt je langzaam op en de prachtige wandeling die we maakten was ook de moeite waard. We zagen zelfs een wallaby en een kangaroo! De tweede nacht was hetzelfde: mooie sterren, ijskoud en…dingo’s, dus geen slaap. OK, dus ik ben niet gemaakt voor de “vrije natuur”…

Maar toen Alisson en Dave met beloofden dat ik hun tent mocht lenen (zij slapen zelf in hun caravan), besloot ik toch graag met ze mee te gaan naar Uluru (Ayers Rock) en Kings Canyon.

De avond voordat we weg zouden gaan, moest Alisson onverwacht terug naar Engeland omdat haar oma was overleden. Zij zou een week later naar Ayers Rock terugvliegen. Zo was ik van “eenzame backpacker” dus ineens op reis met iemand anders haar man, auto, caravan, tentje, scooter en alles erop en eraan! Wel een hele verandering, maar wat een luxe! Zo zit ik dus ’s avonds in de caravan met een muziekje op aan mijn laptop te “werken” of een boekje te lezen. Overal zijn BBQ sites, dus je neemt je eten mee en kunt zo heerlijk koken. We hebben zelfs een koelkast, dus regelmatig worden hier heerlijke dingen op tafel getoverd!

Iedere avond geniet ik weer van de sterren. Ik heb nooit geweten dat het er zo veel kunnen zijn en dat de melkweg echt bijna tastbaar is!

We wandelen nog steeds iedere dag, zo’n 3 á 4 uur. Er zijn zulke mooie bergformaties hier, met uitzichten waar je helemaal duizelig van wordt, zo mooi. Ik had nooit gedacht dat een woestijnlandschap zo gevarieerd kan zijn!

Morgen gaan we naar Ayers Rock, waar Allisson ons hopelijk weer komt vergezellen. Gisteren op de camping nog een grappig moment. Ik ging betalen voor nog een nacht. Dave parkeert de auto voor de deur van de receptie en ik ga naar binnen. Ik zeg dat ik wil betalen voor “die oude caravan”. De mevrouw achter de receptie vraagt op welke naam hij staat en ik moet naar buiten lopen om Dave zijn achternaam te vragen. Ik zag de mevrouw kijken: je SLAAPT met iemand en weet niet eens hoe hij heet?!?!?!?

Mijn tijdelijke reisgenoot Dave had een baantje gevonden op een ranch in the middle of nowhere, ca. 100 kilometer van Ayers Rock. Ik mocht zijn auto met tent en kampeerspullen lenen om twee dagen in mijn eentje naar Ayers Rock te gaan. Heerlijk, die vrijheid; ik voelde me de koning(in) te rijk! Het nationale park waar “the rock” ligt, is erg groot en er is veel te zien. Alles wat ze zeggen over die gigantische rode rots is waar: indrukwekkend, mooi, sprookjesachtige kleurverandering etc. Afgezien van een klein resort op zo’n 20 km afstand, is het helemaal niet toeristisch. Ik vond het trouwens heerlijk om in dat resortje rond te lopen: winkels! Restaurants! Ik besefte toen pas hoe zeer ik dat eigenlijk had gemist die twee weken in de bush…

Aan het eind van mijn tweede dag moest ik nog zo’n 80 kilometer rijden door de woestijn, door het niets, terug naar de ranch waar we logeerden. Als het donker is in de woestijn is het pikzwart, je ziet niets. En er lopen dieren los, ook op de weg: kangaroos, koeien en wilde kamelen. Voor de zekerheid reed ik ruim voor de prachtige zonsondergang (die ik eigenlijk niet had willen missen) weg. Ongeveer een kwartier voordat ik weer bij de ranch was, werd het pikkedonker. Ik reed wat langzamer. Ineens zag ik koeien langs de weg en werd eraan herinnerd dat die daar ook rondlopen. Ik reed dus nóg voorzichtiger. Toen ik het bordje zag waar opstond “nog 2 kilometer”, was ik al aan het bedenken dat ik er bijna was, en dat ik het had gered. Toen ineens stond er een koe voor me op de weg, nog geen meter voor me. Ik week een beetje uit, maar kon niets meer doen. Ik raakte hem vol op de kop! Volgens mij zag ik zelfs zijn kiezen uit zijn mond vliegen… Een keiharde klap, gierende remmen en even later stond ik met trillende armen en benen stil. Niet van de weg geraakt gelukkig. Alles nog heel aan mij. Maar de koe, en de auto???? Ik durfde bijna niet achterom te kijken en terug te rijden. Wat als de koe op de weg lag en nog niet dood was??? Wat moest ik doen? Toch vond ik dat ik moest gaan kijken. Ik draaide de nog na-rokende auto om en zag gelukkig niets op de weg liggen. Even verderop hinkte een koe de stuiken in. Ik heb zijn kop niet gezien, maar vreesde het ergste. De auto was er ook erg aan toe. Hij reed nog wel, maar de voorlamp was kapot en de voorklep, het zijpaneel, beide deuren en het achterpaneel waren flink gedeukt. De koe moet door de klap een pirouette hebben gemaakt, waarbij hij ieder paneel en deur aan de linkerkant van de auto heeft geraakt. Met bibberende knieën en lood in de schoenen reed ik terug naar de ranch…. Hoe vertel je iemand die je zijn auto heeft geleend dat je zojuist een KOE hebt aangereden?!?!?

Ik vond Dave in de bar, druk in gesprek met oude Pete, die zo’n 60 jaar geleden de ranch had gesticht. Binnen 5 minuten wist iedereen die op de ranch werkte (zo’n 20 man), inclusief de passerende ‘road train’ chauffeurs wat er was gebeurd. Grapjes van “cow girl” en andere flauwe dingen (zoals “that cow had a mother, you know” en “she also had a name: we called her DOLLAR”) vlogen me om de oren. Gelukkig wisten ze niet dat ik vegetariër ben, anders hadden ze vast nóg meer lol gehad…

Uiteindelijk vonden we iemand op de ranch die de schade een beetje op zou knappen. Mijn verzekering vertelde me “geen auto’s en/of koeien” te dekken, dus dit verhaal kostte me een flinke klap geld. Toch deed dat me nog het minste. Ik vond het vooral rot voor de koe (en voor Dave natuurlijk).

Afijn, binnen een avond en een ochtend waren zowel Dave als ik helemaal opgenomen in de ’family’ daar op de ranch. Allemaal bijzondere mensen met ieder hun eigen verhaal. Er waren ook kamelen, waaronder een hele lieve baby die met de fles werd grootgebracht, een wees kangaroetje etc. Het voelde zo bijzonder, zo’n outback mini dorpje, dat ik helemaal niet weg wilde. Maar ik had mijn vlucht al geboekt, dus vloog ik naar Cairns.

In de bus van het vliegveld van Cairns op weg naar een hostel, dacht ik het verkeerde vliegtuig had genomen en dat ik in Disney World terecht was gekomen. Zoveel neon signs, lichten, hotels, restaurants, winkels, touroperators, cafe’s had ik in geen tijden gezien! Cairs is de “party capital” van Australië. Iedereen leeft hier voor het dronken worden, uitgaan, nog meer drinken en de volgende dag opscheppen over je kater. Echt iets voor mij dus (..not!). Maar ik vermaak me prima met een paar dagen sushi eten, verse sapjes drinken en in een schoon bed slapen. Al die dingen die je mist in de outback.

Een van de grote attracties hier is natuurlijk het Great Barrier Reef. Iedereen duikt, of gaat het leren, dus het is me een drukte! Ik wilde naar een stukje onbedorven Reef, dus boekte een vierdaagse trip op een zeilboot naar Holmes Reef, het meest afgelegen rif, op 240 km van Cairns. We zouden met een klein groepje 9 duiken maken in 2 dagen, waarvan 1 shark feed. Dat leek me wel wat!

Het weer zat echter niet mee. Het waaide hard en de zee was nogal ruw (=understatement). Ik heb dan ook de hele 15 uur durende heenreis groengeel over de railing gehangen. Het ‘vissen voeren’ had ik snel onder de knie. Je moet het in ieder geval NIET tegen de wind in doen!!!

De hele nacht bleef ik aan dek, koud, nat, zeeziek en miserabel. Ik kan me niet herinneren me ooit zo slecht te hebben gevoeld. De volgende ochtend kwam iedereen na een (voor de meesten) heerlijke nachtrust weer aan dek en begon de briefing voor de eerste duik. Ik moest er niet aan denken om zelfs maar te bewegen, laat staan te duiken! Maar ze haalden me over; dit wilde ik niet missen en ik zou me zo veel beter voelen in het water! Ik kan je vertellen dat na zo’n nacht, zwak, ziek en misselijk, een duik van meer dan 35 meter diepte in het koude water geen pretje is! De volgende duik sloeg ik dan ook over en ik verdween in mijn bedje. ’s Middags voelde ik me iets beter en maakte nog een duik. Er waren white tip sharks (kleintjes) en mooie koraalformaties. Maar ik moet eerlijk zeggen dat Curacao (waar ik een tijdje heb gewoond en veel heb gedoken) net zo mooi, zoniet mooier is.

De volgende dag waren er 5 duiken gepland, maar ik voelde me nog steeds niet echt lekker op die constant wiebelende boot, dus heb er 3 gemaakt, wat ik op zich al een hele prestatie vind! De shark feed was geweldig! Eerst werd er visafval in het water gegooid om de haaien te lokken. Er kwamen er al snel een paar, en ook andere vissen, een soort tonijn van meer dan 2 meter, die redelijk agressief tekeer gingen. Het idee dat wij straks in dat van activiteit kolkende water zouden springen was best raar. Er werd een soort gigantische seafood spies gemaakt van vissenkoppen die door hun ooggaten aan een dikke ijzeren stang werden geregen. Ja, het zag er net zo onsmakelijk uit als het klinkt….

Toen werden wij heel voorzichtig het water in begeleid en ergens veilig(?) op de grond gepositioneerd. Niet te dicht naast elkaar, want de haaien moesten nog wel tussen ons door kunnen zwemmen als ze met hun prooi het rif in wilden….

Zodra de ‘seafood spies’ in het water werd gehangen, werden alle haaien gek: ze doken eropaf en probeerden stukken af te scheuren. Net als je wel eens in een film ziet, haakt zo’n haai zijn kaken in zijn prooi en probeert dan door het schudden met zijn kop en zijn lichaamsgewicht stukken los te scheuren. Indrukwekkend! Niemand van ons werd gelukkig voor het toetje aangezien…

Ik zag al op tegen de terugweg en verdween om 7 uur in bed, met een flinke dosis anti-zeeziek pillen. Die hebben hun werk gedaan, want ik werd net pas in de haven wakker. Ik voel me echter alsof ik een jet-lag heb….

Nu nog een paar dagen zon-zee-strand en jungle (als de zon tenminste weer te voorschijn komt, want het is hier nu regenachtig… ) en dan door naar Nieuw Zeeland!

Een ding moet gezegd worden: de Australiers hebben in ieder geval humor, getuige deze foto van een verkeersbord dat ik onderweg tegen kwam…

Share this Blog post:
See my Instagram
Facebook
Facebook
YouTube
YouTube
LinkedIn