Fiji

In de zomer van 2003 maakte ik een reis van twee maanden naar Australie, Nieuw Zeeland en Fiji, met een stopover van een paar dagen in Singapore. Hieronder het vierde deel van het reisverslag dat ik maakte.

WAARSCHUWING!!!!

Als je geen tijd of geld hebt om naar Fiji te gaan, is het beter om NIET verder te lezen!!!!

Nieuw Zeeland is adembenemend mooi, zelfs in de regen, maar Fiji is het paradijs! Vanaf het moment dat ik op het vliegveld aankwam tot ik 9 dagen later weer vertrok, heb ik alleen maar lachende gezichten, aardige, blije mensen gezien die alle tijd voor je nemen.

“Bula! Bula!” heet iedereen je vriendelijk welkom. De meeste mannen dragen een nette omslagdoek of “mannenrok”, zelfs in combinatie met een overhemd, stropdas en colbert. Een apart gezicht. Zowel mannen als vrouwen hebben verse bloemen in hun haar. Ik zag zelfs twee mannen “ruziën” met de manager van het hotel waar ze werkten. Ze hadden een hibiscus bloem willen plukken uit de heg langs de oprijlaan. De manager zei “Ik heb toch gezegd dat je hier geen bloemen uit mag halen? Dit is waar de mensen langs komen, het moet er mooi uitzien”. Terwijl ze met hun vingers langs de prachtige rode bloem in de heg streken, kon je de spijt in hun ogen zien. “Maar kijk dan, hoe mooi deze bloem eruit ziet! Hij vraagt gewoon om geplukt te worden!” Kan je je voorstellen ergens anders in de wereld zo’n discussie te horen?

De dames van de toeristen informatie op het vliegveld raadden me aan om een dag in het cultureel centrum te logeren. Hoewel ik dat soort dingen normaal gesproken nooit doe, waren ze zo aardig dat ik dacht, “ach waarom niet?”. In het centrum werd ik ontvangen door alle 15 medewerkers, die me vrolijk toezongen. Ik was die dag de enige gast, en iedereen deed zijn best om het me naar de zin te maken. Kopje (kruiden!) thee? Zelfgebakken muffin?

De activiteiten manager was een grote, kale, donkere man. Hoewel hij nog jong was, had hij geen tanden meer, maar lachte nog steeds een zachtmoedige glimlach. Als speler van het nationale rugbyteam was hij een plaatselijke beroemdheid en graag gezien figuur in de kleine gemeenschap. “Ace” legde uit dat hij alles voor mij zou regelen. Ik wist niet wat me overkwam. Ik was nog niet binnen, of er werd een dagtour georganiseerd, met uitleg over de verschillende Pacific eilanden. Zang, dans, huttenbouw, weven, cultuur, legenden etc. ik duizelde van alle informatie en vriendelijke mensen.

Of was het van de Kava ceremonie, waarbij je officieel welkom wordt geheten en een aantal kokosnootschalen van een milde narcotische drank moet drinken? De wortels van de kava plant worden gemalen en de poeder gemengd met water. Het ziet eruit als, en smaakt naar, modderig water. Je tong en gehemelte gaan ervan tintelen. Iedereen in Fiji drinkt dit de hele dag. Ze zeggen dat het een antidepressiva is. Misschien verklaart dat de glimlachen? Ik voelde me in ieder geval top!

De lunch was een traditionele Lovo-lunch, in een ondergrondse oven. Tijdens het eten werd er door het personeel gezongen en gedanst, heel informeel allemaal. Om een lang verhaal kort te maken. In de anderhalve dag dat ik daar was, ben ik compleet in de watten gelegd en verwend. Toen ik uiteindelijk wegging, zong iedereen me een goede reis toe. Met een brok in mijn keel reisde ik verder.

Met een klein vliegtuigje ging ik naar een van de eilanden: Ovalau. Hoewel het vliegveld niet groter was dan een flinke huiskamer, deden ze duidelijk hun best om “erbij te horen”. Toen mijn vlucht werd aangekondigd werd daarbij vermeld dat die zou vertrekken vanuit “gate 3”. Ik keek om me heen en zag dat er maar één deur was! Daar stond een heuse metaaldetector waar iedereen doorheen moest. Het apparaat piepte dat het een lieve lust was, maar iedereen liep door. Het stond er kennelijk voor de show, niemand bemande het…

Ovalau is een paradijs op aarde. Een prachtig groen heuvelachtig eiland met kleine strandjes, 3 winkels en een soort vergane glorie koloniale sfeer. In Royal hotel dat me was aangeraden, had ik het idee dat ik een Hemmingway roman instapte. Alles was antiek (of gewoon oud) Engels koloniaal ingericht. De salon, de kamers met dunne houten planken vloeren en muren, de gangen etc. Iedere avond om stipt 8 uur werd er een videofilm gedraaid. De tuin was prachtig, met zwembad en ik paste me meteen aan het tempo aan.

Tijdens een wandeling naar een dorpje (dat duurt langer dan je denkt, want overal wordt je in huis gevraagd om Kava te drinken…), ontmoette ik twee Amerikaanse jongens en een engels stel die op een zeilboot de wereld rondreisden. Aan het eind van de dag vroegen ze of ik met hen mee wilde op de boot naar een ander eiland. Hoewel de zeilreis in Australië (zeeziek!) me nog scherp voor de geest te halen was, bedacht ik me geen moment. Zo’n kans om mee te maken hoe het is om de wereld over te zeilen en de elementen te trotseren krijg ik nooit meer!

Die avond lag ik in coma, met 2 zeeziekpillen ergens in iemands bed te slapen, terwijl de andere vier de hele nacht doorzeilden. Ik werd pas wakker toen we er bijna waren en voelde me schuldig, maar was blij dat ik niet zeeziek was.

De volgende dagen verkenden we het eiland, snorkelden, aten aan boord en aan wal en vermaakten ons prima. Dit keer geen huisje op wielen, maar een huisje met zeilen. Het is echt fantastisch om met een stel jonge, gelijkgestemde vrolijke, relaxte mensen aan boord te zijn.

De laatste dag maakten we een kampvuur op het strand van een verlaten eilandje. We hadden heerlijk eten: brooddeeg op een stok om in het vuur te houden, zelfgevangen vis, gepofte aardappels, verse kokosnoten die we omtoverden in verse pina colada etc.

Om het kampvuur aan de praat te krijgen, hadden we helaas alle benzine uit de opblaasboot gebruikt, zodat we naar het schip terug moesten roeien. Daar aangekomen, wilde ik mijn laatste avond nog niet afsluiten. Op mijn computer keken we op het dek naar de comedy video “Liar Liar”. Onder de stralende sterrenhemel voelde het wel een beetje decadent, moet ik toegeven.

Er was fluoriserend plankton in het water. Bij iedere beweging, zoals een golf, windvlaag of vis, lijkt het net of er vonkjes in het water ontstaan. Ik had dat verschijnsel wel eerder gezien, maar nog nooit zo helder als nu. Het was net of ik droomde en een toverfee onderwater met haar toverstokje zwaaide. Tot ruim half 3 ‘s nachts bleven een paar van ons aan dek praten en lachen. Toen zagen we iets in het water drijven. “wat is dat?” riep iemand. “een lijk?” zei de een. “een vuilniszak!” riep de ander. “MIJN RUGZAK!!!!” riep opeens iemand…. De rugzak hadden we meegenomen naar het strandje voor het kampvuur en waren we kennelijk vergeten terug te halen. Het opkomende getij had de rugzak uiteindelijk van het strand gezwiept en meegezogen de zee in. Terwijl we keken, werd de rugzak naar de boot toegeduwd door de stroming. De eigenaar bukte zich, stak zijn hand in het water en viste de enorm zware, met water gevulde rugzak zo uit het water.

Wat is de kans dat 5 personen een rugzak vergeten op een strandje van 3 bij 3 meter? Wat is de kans dat die door de zee wordt meegenomen en dan 4 uur later, honderden meters verder, precies bij de boot wordt afgeleverd? En wat is de kans dat je nog wakker bent om die tijd en NET op dat moment met een zaklantaarn in het water schijnt????? We zijn er niet uitgekomen, maar de kans lijkt errrrug klein!!!!

Dit bizarre voorval verzachtte enigszins de pijn dat de digitale camera van de Amerikaanse jongens in de rugzak zat……

Share this Blog post: