Lees wat er hieraan vooraf ging: ‘Open brief aan de burgemeester’. Twee jaar na mijn ‘ontslag’ uit Nederland, drie maanden na publicatie van mijn Handboek voor Wereldburgers, is er zoveel gebeurd dat ik graag een update geef. Deze is mede ter ere van de tweede druk, die dankzij alle belangstelling al binnen drie maanden uitkomt. boekDe boekpresentatie op het gemeentehuis was een groot succes. De nieuwe burgemeester nam het eerste boek in ontvangst en gaf een spontane reactie voor de camera van RTV Amstelveen. Bekijk het nieuwsitem. Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk zijn allerlei overheidsinstanties in beweging gekomen naar aanleiding van mijn ‘case’. Het voelt trouwens als een upgrade om een ‘case’ te zijn in plaats van een ‘lastig vliegje’, een ‘nummertje in een systeem’ of zelfs als fraudeur te worden gezien en behandeld… Sterker nog: ik word nu door diverse instanties gevraagd of ze mijn case mogen gebruiken (zie bijvoorbeeld dit artikel in het magazine Burger & Recht dat o.a. alle baliemedewerkers van gemeenten ontvangen en het rapport ‘Basisregistraties; vanuit het perspectief van de burger, fraudebestrijding en governance’ van de Rekenkamer.) Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft zelfs gevraagd of ik mee wil denken om een oplossing te vinden voor het bureaucratische doolhof. Ze stellen ‘wat Esther Jacobs is overkomen kan en mag niet meer gebeuren…’ en huurden vervolgens de Kafkabrigade in om te onderzoeken welke hindernissen bij de diverse instanties moeten worden weggenomen om een oplossing voor mobiele burgers te bereiken. Maar liefst negentien instanties zijn geïnterviewd; van Belastingdienst tot Kamer van Koophandel, van Zorgverzekeraars Nederland tot diverse beleids- en wetsmakers. Tijdens een ‘collectief functioneringsgesprek’ op het gemeentehuis van Amstelveen werd ik gevraagd mijn ervaringen nogmaals te vertellen en vooral de gevolgen van het uitgeschreven worden uit de GBA. Het lijstje maakt best indruk: ‘ik kon geen paspoort aanvragen, verloor mijn parkeervergunning, hypotheekrenteaftrek, stemrecht, recht op een uitkering (mocht ik dat ooit willen), mijn eenmanszaak werd uitgeschreven uit de Kamer van Koophandel, ik werd uit de ziektekostenverzekering gegooid, ik kon geen telefoonabonnement meer nemen en mijn bankrekeningen werden (bijna) afgesloten…’ wij luisteren als overheid jacqueline rutjens Het is fascinerend om al die gezichten op mij gericht te zien, (eindelijk!) aandachtig luisterend. Oh, wat had ik graag een foto gemaakt… Maar ik heb beloofd discreet om te gaan met wat er tijdens deze sessie gebeurt. Gelukkig maakt Jacqueline Rutjens van het Ministerie, de opdrachtgever van deze sessie, een foto en zet hem op Twitter. Dat betekent dat ik hem ook mag gebruiken… 🙂 De Kafkabrigade blijft dit traject begeleiden en in het tweede kwartaal van 2015 zou er een oplossing moeten zijn. Dat het project in goede handen is, blijkt uit de gedegen analyse die ze van de situatie maakten.   Een aantal highlights: Eigenlijk kunnen we constateren dat het bestaande systeem prima werkt voor het grootste deel van de Nederlanders; 97% valt binnen de ‘happy flow’. Maar hoe goed je de regels ook maakt, er zullen altijd mensen zijn die buiten de gemaakte ‘hokjes’ vallen. De grote vraag is dan ook: ‘Hoe gaan we om met mensen die niet in de ‘happy flow’ van de BRP (de nieuwe naam voor de Gemeentelijke Basis Administratie) passen?’ Er zijn steeds meer mobiele burgers en ondernemers die overal vandaan kunnen werken en daardoor niet gebonden zijn aan één plek. Toch worden veel uitzonderingen niet serieus genomen, worden als vermeende fraudeurs behandeld en kunnen nergens terecht: er is geen ‘loket’ voor mensen die buiten het systeem vallen. Voor een aantal overheidsfunctionarissen blijkt het een eye-opener te zijn dat niet alle uitzonderingen fraudeurs zijn. Wanneer een ambtenaar met een uitzondering geconfronteerd wordt, zie je grofweg twee soorten reacties. De ene helft zegt: ‘een uitzondering moet het signaal zijn om na te gaan denken’ ofwel ‘als mensen niet binnen de bestaande hokjes/regels passen, dan moeten we gaan improviseren om de bedoeling van de wet zo goed mogelijk uit te voeren, ook al zijn er voor die specifieke situatie geen regels.’ De andere helft zegt echter; ‘nee, dat moeten we juist NIET doen. De regels en wetten zijn duidelijk. Ook al past iemand niet binnen die hokjes, dan moeten we tóch de bestaande regels toepassen, die zijn er toch niet voor niets?’ Moet de wet veranderd worden, of ligt de oplossing binnen de huidige setting? Het blijkt lastig om alle neuzen/instanties dezelfde kant op te krijgen. Een aantal creatieve mogelijke oplossingen passeren de revue: • Misschien kunnen we een ‘virtuele straat’ maken voor wereldburgers. Op die manier kunnen we wel een adres in ons systeem invoeren en zijn wereldburgers gewoon geregistreerd. • Er bestaat in de wet een uitzondering voor zeevarenden. Die mogen gedurende twee jaar op hun thuisadres ingeschreven blijven staan, terwijl ze in het buitenland zijn. Hier wordt tegenwoordig nauwelijks nog gebruik van gemaakt, omdat het eigenlijk bedoeld was voor ontdekkings/handelsreizigers uit vroeger tijden. Maar zijn de moderne digitale nomaden niet eveneens ‘explorers’ die onder Nederlandse vlag wereldwijd de wereld ontdekken en ons land promoten/vertegenwoordigen? De Kafkabrigade noemt nog een aantal dilemma’s: • Het adres en het ingezetenencriterium zijn archaïsche middelen voor vindbaarheid: terwijl burgers steeds mobieler worden veronderstelt de BRP nog steeds dat burgers het best te lokaliseren zijn door middel van hun woonadres; bovendien komen ze enkel in aanmerking voor registratie van zo’n woonadres als ze daar minstens vier maanden per jaar overnachten. • Adresonderzoeken zijn contrair aan de doelstelling van de BRP: de wet BRP beoogt een zo werkelijkheidsgetrouwe registratie van ingezetenen te realiseren, opdat burgers bereikbaar zijn voor de diverse overheidsdiensten. Adresonderzoeken zijn echter gericht op het vaststellen dat iemand níet op het opgegeven adres woont. Zou het doel niet juist moeten zijn het vaststellen waar de burger wél woont? De casus ‘onverwacht uitgeschreven’ laat zien dat adresonderzoeken burgers zelfs mínder bereikbaar kunnen maken: hoewel de feitelijke situatie van Esther niet is veranderd heeft ze in plaats van een woon- of briefadres nu de status ‘vertrokken onbekend waarheen’. Had de gemeente vanuit het belang van vindbaarheid Esther niet ingeschreven moeten laten staan, ook als ze niet voldoet aan het ingezetenencriterium? Adresonderzoeken functioneren niet als middel om burgers te vinden, maar als poortwachter voor de toegang tot de voorzieningen van BRP-gebruikers, die niet vindbaarheid, maar toegang 
tot voorzieningen als belang hebben. Die tegenstrijdigheid binnen ons Nederlandse systeem ervaar ik zelf ook nog steeds. Hoewel eigenlijk alle instanties ervanuit gaan dat ik ‘met onbekende bestemming vertrokken naar het buitenland’ ben, is er één die stug vol blijft houden dat ik gewoon in Nederland woon: de Belastingdienst. Het blijft verwarrend: aan de ene kant heb ik geen rechten meer op bijvoorbeeld hypotheekrente aftrek, omdat ik nergens ingeschreven sta, aan de andere kant moet ik volgens onze ‘blauwe vrienden’ wel belasting betalen omdat ik volgens hen ‘in Nederland woon’. De Kafkabrigade legt in het rapport uit waarom er binnen de Belastingdienst met verschillende maten gemeten wordt: De Belastingdienst kent drie grote bedrijfsonderdelen: douane (‘groen’, geregeld in de wet ADW), belastingen (‘blauw’, geregeld in de wet AWR) en toeslagen (‘rood’, geregeld in de wet AWIR). Enkel ten aanzien van de toeslagen kent de belastingdienst een gebruikersverplichting van de BRP. Voor de belastingheffing is die verplichting er niet. De belastingdienst maakt wel gebruik van de BRP als indicatie voor de vraag of iemand belastingplichtig is, maar kan er ook ‘duurzaam van afwijken’ op basis van het adresbegrip uit de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Hiertoe wordt een eigen klantregistratie bijgehouden. Voor het bepalen van het ‘fiscaal woonadres’ – ter onderscheid van het woonadres en het briefadres uit de BRP – hanteert de Belastingdienst eigen criteria. Het adresbegrip uit de AWR is een zogeheten ‘open norm’. Dat wil zeggen dat de belastingdienst dit begrip eigenstandig mag definiëren en daarover ook niet transparant hoeft te communiceren. Hiervoor is een lijst toetsingscriteria opgesteld die de vraag moeten beantwoorden of iemand een belastbaar inkomen of eigendom in Nederland heeft. Hoeveel iemand in Nederland verdient en met wie hij samenwoont zijn daarbij belangrijkere vragen dan waar iemand woont. Zo kan iemand dus in het buitenland wonen maar op basis van zijn fiscale situatie in Nederland belastingplichtig zijn. Anders verwoord: iemand kan dus op grond van de BRP ‘onvindbaar’ zijn voor de overheid en tegelijkertijd op grond van de AWR wel degelijk ‘vindbaar’ zijn. Praktisch betekent dit dat iemand geen recht heeft op toeslagen, maar wel belastingplichtig is. Zolang men er binnen de overheid nog niet uit is, en ik van de Belastingdienst geen, of tegenstrijdige berichten ontvang, ga ik mijn eigen weg. Voor de zekerheid bewaar ik wat bonnen in een schoenendoos, maar omdat mijn bedrijf op de BVI geen verplichting heeft om een kostenadministratie bij te houden, doe ik daar verder niets mee. Ik zie de Belastingdienst wel komen als ze een zaak tegen me aan willen/durven te spannen. Ik heb in ieder geval genoeg bewijs verzameld van mijn goede wil om met ze in gesprek te gaan en het gebrek aan duidelijke informatie van hun kant. Ondertussen geniet ik iedere dag van mijn vrijheid: geen administratie, geen fiscale verplichtingen. Ik kan je verzekeren: de zon komt gewoon iedere dag op, je kunt leven, goed leven zelfs, ook wanneer je officieel nergens ingeschreven staat! Sinds het boek verschenen is, word ik overspoeld met vragen, verhalen en tips van andere (wannabe) wereldburgers. Ik heb daarom een Facebook Wereldburger groep opgezet, waar we met zijn allen informatie kunnen uitwisselen. Zie ik je daar? jetblueIk heb dit stuk geschreven tijdens een tripje naar New York. De airline Jetblue had een aanbieding voor hun eerste rechtstreekse vlucht tussen Curaçao en New York. En ik dacht ‘waarom niet?’ Voor minder dan $300 vloog ik heen en weer. ’s Middags zwom ik nog in de warme blauwe Caribische zee en ’s avonds liep ik door de bruisende wereldstad. Ik verbleef midden in Manhattan bij een superleuk stel, via airbnb voor $60 per nacht. Een Uber taxi bracht me van de airport naar mijn logeeradres (met de promocode estherj30 krijg je je eerste rit gratis als je het ook een keer wilt proberen). Via SpottedByLocals vond ik de leukste plekjes om te eten en de insider tips qua entertainment. Andere wereldburgers die ik in de stad ontmoette vertelden me in welke cafés en co-working spaces ik fijn kon werken en hoe ik op de terugweg met de subway naar de airport kon komen. Kortom: ik blijf genieten van deze manier van leven en me verbazen over wat er allemaal mogelijk is… Hopelijk vind jij ook jouw ideale levensstijl. Groetjes vanuit het vliegtuig van New York naar Curaçao, december 2014. Lees hoe het verder gaat: ‘Digitale Nomade‘….

Share this Blog post: