Wanneer honger ouder is dan dit leven

Wat ik ontdekte over mijn eetgedrag,
overleven en vorige levens

Eten heeft in mijn leven altijd een vorm van urgentie gehad.

Gedrag kun je vaak verklaren vanuit je ervaringen, je jeugd, je familie en de keuzes die je hebt gemaakt.
Maar soms raakt die verklaring nog steeds niet de kern.
Sommige patronen laten zich niet netjes binnen één leven plaatsen.
Ze uiten zich als obsessies, impulsen of angsten die niet in verhouding lijken te staan.
Zoals mijn relatie met eten.

Deze blog gaat over honger, veiligheid en controle. Over ervaringen in dit leven, over overgenomen herinneringen en over vorige levens.
Over het moment waarop ik besefte dat ik, om mijn obsessie met eten te begrijpen, veel verder terug moest kijken dan mijn eigen geschiedenis.

Je hoeft niet in vorige levens te geloven om dit te lezen.
Je hoeft alleen open te staan voor het idee dat sommige patronen niet zijn begonnen waar jij denkt dat ze zijn begonnen.

Waarom dit verhaal, waarom nu?

Ik ben nu in Hawaï, op bezoek bij een fotografe, een dierbare vriendin die ik hier drieëntwintig jaar geleden heb ontmoet.
We hebben samen gereisd. Ze kent me goed.

Toen ik landde was het eerste wat ze deed niet me omhelzen of vragen hoe mijn vlucht was.
Ze zei: “Ik heb een nood-snackreep in de auto voor je gelegd.”
Daar voegde ze aan toe: “Ik heb eten in huis. Ik heb soep gekookt. Ik heb een kip gekocht en spullen voor een salade. Ik wil gewoon zeker weten dat je geen honger krijgt.”
Ze lachte en zei: “Ik weet wat er gebeurt als jij niet eet.”

Ik lachte ook. Ik zei dat het lief was, maar dat ik echt wel voor mezelf kon zorgen. Ik had snacks meegenomen.

Toen kwamen we bij haar huis aan. Ze deed de koelkast open.

Yoghurt parfaits.
Voorbereide maaltijden.
Noten, gesneden fruit. Bessen.
Alles verdeeld in kleine bakjes en schaaltjes.
Alles klaar om te eten.

En ze bleef checken.

“Heb je honger?”
“Wil je dit?”
“Wil je dat?”

Het was liefdevol.
Zorgzaam.

En ook, als ik eerlijk ben, bijna overdreven.

We begonnen te praten over food trauma.

Dit gaat niet over overleven

Ik ben geobsedeerd door eten.
Iedereen die mij kent, weet dit. Ik sta als eerste bij een buffet.
Als ik honger heb, steel ik de mango uit je handen.
Ik heb altijd snacks bij me.
Ik denk aan de volgende maaltijd terwijl ik de huidige nog eet.

Jarenlang had ik daar een volkomen acceptabele verklaring voor.
Ik had immers meegedaan aan het realityprogramma: ‘Expeditie Robinson’.
Een maand op een onbewoond eiland, zonder eten. Natuurlijk liet dat sporen na.
Het klonk logisch. Het beëindigde het gesprek.

Totdat ik oudere foto’s bekeek. Lang vóór ‘Expeditie Robinson’ was ik op feestjes altijd degene die at, terwijl alle anderen aan het praten of dansen waren.

Dit was niet nieuw. Dit was er altijd al geweest!

Wanneer honger sociale regels doorbreekt

Het moment waarop ik besefte dat dit verder ging dan persoonlijkheid of voorkeur was toen ik als facilitator werkte voor Capgemini.
Ik begeleidde driedaagse corporate events.
Achter de schermen werkte de crew zes dagen achter elkaar. Bijna honderd uur. Nauwelijks slaap. Starten om vijf uur ’s ochtends. Tegen lunchtijd was ik niet alleen hongerig. Ik was obsessed.

Ik elleboogde me langs klanten en begon vóór hen te eten van het buffet.
Het management nam me apart. “Esther, dit kan niet. De klanten moeten eerst eten.”
Ik keek ze aan en zei, kalm en eerlijk: “Ik móet eten. Anders ben ik geen leuk mens meer.”

Ik was zo overtuigend dat ze het lieten gebeuren.
Misschien hebben ze de klanten verteld dat ik een medische aandoening had.
In zekere zin hadden ze gelijk. Als ik niet eet, word ik EVIL.

Honger als erfenis

Een deel van dit verhaal is misschien wel geërfd.
Mijn familie is Joods. De ouders van mijn vader zaten ondergedoken tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Ze vertelden verhalen over voedselbonnen. Over mensen die ze verborgen hielden, maar niet al het eten gaven waar ze recht op hadden.

Over volledig afhankelijk zijn. Niet weten of je genoeg zou krijgen. Weten dat je niet kon protesteren tegen de oneerlijkheid.

In Joodse families staat eten gelijk aan veiligheid. Overvloed staat gelijk aan geruststelling. Liefde wordt getoond met eten. Veel eten. 

Dat verklaart veel.
Maar het verklaart nog steeds niet alles.

Nog verder terug in de tijd

Ik heb een vriendin die reïncarnatietherapeut is. Ze is goed in het zien van patronen.

Als ik over bepaalde onderwerpen praat, luistert ze heel nauwkeurig naar de woorden die ik gebruik. Sommige woorden springen eruit voor haar. Ze noemt ze markers, soms gekoppeld aan vorige levens. Als ze er één hoort, stopt ze me en zegt:“Dit is belangrijk. Je moet hier een verhaal over schrijven.”

Dus dat doe ik dan. Ik ga zitten en schrijf, zonder te redigeren, zonder te corrigeren, zonder te sturen. Ik laat het verhaal zichzelf ontvouwen.

Soms doe ik dit zonder haar. Ik zit stil. Ik mediteer. Ik breng het onderwerp scherp in beeld. En dan wacht ik op het eerste beeld, de eerste scène of het eerste verhaal dat opkomt.
Ik oordeel niet. Ik vraag me niet af of het logisch is. Ik schrijf het gewoon op.

Je kunt dit ook zelf doen, door simpelweg vragen: “Welk vorig leven zou logisch zijn bij het gedrag dat ik heb?”
Schrijf meteen een verhaal op zonder er te veel over na te denken. 

Als dit niet vanzelf gaat voor je, kan werken met een reïncarnatietherapeut helpen.
Sommigen gebruiken hypnose. Sommigen werken met taal, zoals mijn vriendin. Anderen gebruiken weer andere technieken.

De methode is niet het punt. Wat telt is dat je uitkomt bij een verhaal dat voor jou klopt.
Het maakt niet uit of het verhaal objectief waar is. Het maakt niet uit hoe je er komt.
Wat telt is dat DIT verhaal bij jou opkomt, en niet een ander.
Dat alleen al maakt het betekenisvol. En zeer waarschijnlijk relevant.

Vorig leven: voorbereiden op de winter in een grot

Toen ik begon met het verkennen van vorige levens, kwam het eerste beeld meteen.

Prehistorische tijden. Een grot.
Ik was een oudere vrouw, verantwoordelijk voor het voorbereiden van voedsel voor de winter.
De mannen jaagden. Wij verzamelden bessen, zaden, vet en vlees.
Ik sloeg alles op. Zorgvuldig. Strategisch.
Ik had overal verstopplekken. Zaden op één plek. Vet op een andere. Gedroogd vlees. Bessen.
De winter kwam eraan en we waren voorbereid.

Ik voelde me kalm. Veilig. Ik had alles onder controle.

Toen viel een andere stam aan.
Ze doodden ons niet. Ze namen al het eten mee. Alles.
En ze vertrokken.

De paniek sloeg toe.
De stille horror van het weten.
Weten dat we de winter niet zouden overleven.

We konden nog kleine hoeveelheden voedsel vinden, maar niet genoeg.
En toen kwam de onmogelijke keuze.
Het beetje eten verdelen en allemaal langzaam sterven.
Of een paar mensen voeden zodat sommigen misschien zouden overleven, terwijl de rest het zeker niet zou halen.

Wat bij mij bleef hangen was de wanhoop van het moment waarop het eten werd weggenomen.
Ik had alles goed voorbereid. Ik had alles juist gedaan.
En ineens was er geen hoop meer.

Dit leven: in een grot in een tv-programma

Dit liet me met andere ogen naar mijn Expeditie Robinson-ervaring kijken.

Ik wist dat er heel weinig eten zou zijn. Dus bereidde ik me voor.
Ik smokkelde veiligheidsspelden mee om vis te vangen. Tandfloss om vislijnen van te maken.
Ik nam vitaminepillen mee. Noten. Rozijnen. Ik verstopte ze in tampons en stond erop dat ik precies die nodig had.
Dat werkte een tijdje.

Voordat ik naar het eiland vertrok, bestudeerde ik eetbare planten. Wortels. Knollen. Zaden.
Ik nam zelfs taugé zaadjes mee; de snelst groeiende eetbare plant die ik kon bedenken. 

Toen stopten ze me in een grot.
Geen vegetatie. Niets om te verzamelen.
Opnieuw werd eten van me afgenomen.
Maar deze keer veranderde er iets. Ik paste me aan.

Expeditie Robinson

Als je me opsluit in een grot en me de toegang tot eten ontzegt, buig ik de regels.
Ik stal eten van de crew.
Ze sloten hun lunchbox af met een code. Ik vond de code.
Ik bleef eten vinden, zelfs wanneer het niet mocht.
Voor het eerst in deze situatie was ik niet machteloos. Dat deed iets.
Het nam het verlangen niet weg. Maar het brak de hulpeloosheid.

Eten om de vrede te bewaren

Een ander vorig leven voegde nog een laag toe aan mijn relatie met eten. Deze keer gaat niet over willen zorgen dat ik altijd genoeg eten heb om te overleven. Dit gaat over het niet kunnen weerstaan van eten dat voor me wordt neergezet. Hongerig of niet.

Lang, lang geleden was ik een jonge man. Groot. Lang. Dik. Sterk. Geestelijk beperkt.
Heel simpel. Geen filters. Geen rem.
Als ik iets zag, nam ik het. Eten. Dieren. Maar ook vrouwen. Meisjes. Jongens.
Er was geen moreel kader. Alleen impuls.

Het dorp wist dit.
Ze konden me fysiek niet stoppen. Dus bedachten ze een strategie.
Telkens wanneer ik opdook, leidden ze me af met eten.
Mijn favoriete gerechten. Grote hoeveelheden. Bier.

Zolang ik at, was ik niet gevaarlijk.
Als ze me genoeg gaven, viel ik in slaap.
Eten werd gebruikt om de vrede te bewaren.
Eten werd een omkoping, om me af te leiden van iets veel donkerders.

Ik zat een tijd met dat verhaal. Niet om het te veroordelen. Niet om het goed te praten.
Alleen om te voelen wat het met mijn lichaam deed. De zwaarte. De urgentie.
De manier waarop eten ophield voeding te zijn en een schakelaar werd.
Aan. Uit. Rust. Gevaar.

En ik voelde hoe oud die reflex was.
Geen verlangen. Een mechanisme.
Iets geleerd lang vóór taal, schaamte of keuze.
Dat was genoeg voor dat moment.

Hoe alles weer samenkomt

Dit werpt een nieuw licht op het gedrag van mijn vriendin in Hawaï.
Hoe ze al het eten voorbereidde, puur om te voorkomen dat ik honger zou krijgen en ‘iemand anders zou worden’.
Het constante checken. “Heb je honger?” “Wil je dit?” “Wil je dat?”
Ze deed het uit liefde. Instinctief.

En ineens werd een andere loop zichtbaar. Eten om de vrede te bewaren. Eten om iets ergers te voorkomen. Eten dat voor me wordt neergezet zodat alles rustig blijft.

Ik maakte een grap over “evil worden” als ik niet eet. Maar in dat vorige leven was dat gevaar heel reëel.

Begrijpen wist niet uit, maar maakt vrij.

Begrijpen waar patronen vandaan komen, laat ze niet verdwijnen.

Ik denk nog steeds aan eten. Ik eet nog steeds als er eten is.
Ik voel me nog steeds veiliger als ik weet dat er eten is voor later.
Maar ik ben me bewust. Ik schaam me niet meer.
Ik vertel mezelf geen versimpeld verhaal meer.

Je hoeft niet eens in vorige levens te geloven om hier iets aan te hebben.

Hier leeft No Excuses voor mij nu. Niet als discipline. Niet als hardheid. Maar als verantwoordelijkheid.
De verhalen hoeven niet objectief waar te zijn.
Wat telt is dit. Je hebt geen willekeurig verhaal bedacht. Je hebt dit verhaal bedacht.
En dat alleen al kan je iets vertellen over wat je lichaam aan het beschermen is.

Eten is maar één uitingsvorm. Voor iemand anders kan het geld zijn. Controle. Werk. Seks. Goedkeuring.

Soms is de meest krachtige verschuiving niet het oplossen van de honger, maar het beseffen hoe oud die is, en wat ze al die tijd heeft beschermd.

Terug naar nu

Nu stop ik met deze blog, want de koelkast van mijn vriendin roept… Er ligt chocolade in, en ik ga niet op weg naar mijn volgende avontuur in Nieuw-Zeeland zonder daaraan gehoor te geven.

Ik heb in elk geval even mogen ervaren hoe het is om een goed gevulde koelkast te hebben, en niemand heeft mijn eten gestolen.

PS. Als ik ooit jouw gast ben, weet dan dat ik niet kan garanderen dat je eten veilig is 😉