Madagascar (2007)

Aan het eind van een reis door Namibië en Botswana bedacht ik dat ik relatief “dichtbij” Madagaskar was, waar ik altijd al heen had gewild. Ik kocht een ticket en twee dagen later landde ik op “le grand ile”: het grote eiland zoals de Fransen hun voormalige kolonie noemen. Ik had niets gepland, geen reisgids, geen geld, geen malariapillen of anti-muskietenspray, kortom, geen idee waar ik aan begon…

Mijn bevindingen: Madagaskar is avontuur: je kunt er alles zien en zijn wat je ooit wilde: Je kunt er als een Indiana Jones in een uitgeholde boomstam de rivier afzakken, te midden van groene bossen, waar kameleons, lemurs en makis (die nergens anders ter wereld voorkomen) je aankijken. Je kunt als een Lucky Luke door “wild west” achtige rotsige, stoffige landschappen dwalen en als een Robinson op onbewoonde eilanden en verlaten stranden bivakkeren, onder het genot van een kokosnoot en een versgevangen visje.

De enige informatie die ik echter had was een artikel dat ik in het vliegtuig las over een primitieve boottocht over een rivier. Dat leek me leuk om te doen… Maar omdat ik geen reisgids of andere informatie had, besloot ik op de bonnefooi te kijken wat er op mijn pad kwam.

Baobab bomen: typisch voor Madagaskar

Madagaskar is het vier na grootste eiland van de wereld. Het is ca. 1500 km lang en 500 km breed, ofwel even groot als Frankrijk en de Benelux bij elkaar! Omdat het eiland zo geïsoleerd ligt en het feit dat het geologisch het oudste eiland is, is alles bijzonder, bizar, zeldzaam, of gewoon vreemd.

De bevolking is een mix van Afrika en Azië

De eerste indruk is verwarrend, maar charmant. Een mix van Afrika (de natuur), Frankrijk (koloniale gebouwen en straten) en Azië (rijstvelden). De mensen in het binnenland lijken meer Aziatisch dan Afrikaans. Klein, fijn gebouwd, lichter getint en met iets spleetogen en stijl haar. Stijlvolle kleine vrouwtjes dragen een soort sarong over hun schouder. Aan de kust hebben de vissers wat meer Afrikaanse trekken.

Ook de taal heeft haar ‘roots’ in het Indonesisch. De woorden zijn enorm lang en onuitspreekbaar. De hoofdstad Antananarivo is daarvan een voorbeeld, maar wat dacht je van andere plaatsnamen zoals: Fianaratsoa, Ambohimahasoa en Tsiroanomandidy???

Bij aankomst op het vliegveld wil ik geen taxi nemen, want ik heb geen geld (geen PIN automaten in Madagaskar!) en weet bovendien niet waar ik naartoe zal gaan (geen naam van hostel of backpackers buurt). Gelukkig mag ik mee met de Hilton Hotelbus, zodat ik in ieder geval in het centrum kom. In de bus vraagt een Zuid Afrikaanse zakenman of ik wil helpen met de vertaling (engels-frans) van een vergadering met de regering die middag en de volgende dag. Zijn vertaler is ziek geworden en kon op het laatste moment niet mee en hij heeft mij net Frans horen praten en hoopt dat ik kan helpen. Ik heb toch geen idee wat ik zal gaan doen, dus stem toe zo breng ik mijn eerste twee dagen in Madagaskar door in het luxueuze Hilton hotel en eet in de beste Franse/koloniale restaurants.

Het straatbeeld in “Thana”, zoals de hoofdstad Antananarivo liefkozend wordt genoemd, is druk, arm, maar relatief schoon. De gebouwen zijn niet meer dan 2 verdiepingen hoog. Op de stoepen zijn kleine winkeltjes of werkplaatsen gemaakt. Fietsen, banden, telefoonstalletjes en veel eettentjes. Die worden vaak gerund door hardwerkende chinezen, die zo goed voorbereid zijn dat ze al Frans spreken voordat ze in Madagaskar aankomen!

Het geld is verwarrend. Eerst was er de Madagaskar Franc, maar die is in 2003 vervangen door de Ariary. Omdat veel mensen nog in francs rekenen, staat op de biljetten 2 valuta. Vanwege alle nullen reken ik eerst om in dollars. Af en toe verwarrend hoeveel, of eigenlijk hoe weinig iets nu kost. Voor 1000 Ariary (een halve dollar) eet je in een klein restaurantje een kom goed gevulde soep of een bord rijst met saus. Het grootste biljet van 10.000 (5 dollar of 4 euro) Ariary is voor velen onbereikbaar. Het is ook moeilijk om “zoveel geld” te wisselen voor kleinere biljetten. De kleinste biljetten van 100 Ariary (5 dollarcent!) zijn zo vaak gebruikt dat ze door de viezigheid vaak niet meer leesbaar zijn. Je koopt hiermee een trosje bananen, een paar rijstkoekjes, een bananenbeignet (gebakken banaan, net als in Nederland bij de chinees, maar dan lekkerder!) of een zakje rijst op de markt.

Een uitnodiging van de Zuid Afrikaanse zakenman om een week het land mee rond te reizen op bezoek bij duurzame bosbouw projecten sla ik af: het avontuur roept.

Ik heb echter nog steeds geen idee wat ik ga doen en kan ook geen Lonely Planet of andere reisgids vinden. In het vliegtuig had ik een artikel gelezen over een tocht per uitgeholde boomstam over de Tsiribina rivier, maar niemand in het Hilton weet daar iets van. Wel vertellen ze me over een oude trein in de jungle die misschien wel en misschien niet gaat. Waar hij heen gaat en hoe lang dat zou kunnen gaan duren, weet niemand, zelfs niet de stationsinformatie die ik bel…

De “taxi-brousse”, vol met mensen, kippen, meubelen en andere spullen.

Ik ruik avontuur en neem een “taxi-brousse” naar de plaats waar de trein (misschien) vandaan vertrekt. Een “taxi-brousse” is een ander woord voor een tot de nok toe met mensen, kippen, meubels en andere goederen afgeladen oud busje… Omdat ik toch genoeg tijd heb, besluit ik te stoppen in de stad Antsirabe ten zuiden van de hoofdstad. De reistijd zou twee uur zijn, zei men, het bleek echter vijf uur te duren. Ik heb het geluk voorin te zitten (met nog 3 anderen…) en geniet van het uitzicht onderweg: heuvels, groene rijstvelden, kleine dorpjes waar het leven zich op de weg afspeelt. Als er een auto of busje langskomt, worden de kippen, potten, pannen en kinderen aan de kant geschoven, waarna iedereen weer verdergaat met wat ze aan het doen waren… midden op de weg.

Onderweg vertelt een medepassagier, een schoolmeester, over het gebruik van herbegraving van de doden (“exhumation”). Eens in de 3 tot 10 jaar (afhankelijk van hoeveel geld familie heeft), worden de dode familieleden opgegraven, opnieuw in doeken gewikkeld en met een groot feest opnieuw begraven. Dat feest moet zo groot en duur mogelijk zijn, om te laten zien hoe belangrijk die overleden familieleden voor jou zijn. Er zijn zelfs families die failliet gaan aan het feest! Juli, augustus en september blijkt het seizoen te zijn van deze “exhumation” feesten, en dat is precies de periode dat ik er ben! “Misschien heb je geluk” zegt de schoolmeester: “het is voor de mensen een eer als er een buitenlander op hun feest komt”. Hoe dichter we bij Antsirabe komen, hoe meer (dronken) muzikanten we op fiets zien rijden. De schoolmeester legt me uit dat die onderweg zijn van de ene “exhumation” naar de andere. Dit is voor de muzikanten HET seizoen om hun geld te verdienen met soms meerdere feesten per dag. Ik ben erg benieuwd naar dit vreemde gebruik en hoop dat ik de gelegenheid krijg het mee te maken.

In Antsirabe neem ik een Pousse-pousse naar een hotelletje dat de schoolmeester me heeft aangeraden. De Pousse-pousse is het lokale vervoersmiddel en lijkt op een soort riksja. Het lampje/kaarsje dat eronder hangt moet ‘s avonds aan zijn, anders krijgt de eigenaar een boete van de politie. Net als de controle van fietslampen in NL, haha. Hoewel het al donker is, rijdt de mijne zonder licht. Als er echter een politie check is, stopt de riksja-renner vlak ervoor en maakt het kaarsje aan. Zo spaart hij geld uit door minder kaarsen te gebruiken!

Mensen op een hete heuvel bij de herbegraving

De volgende dag wordt ik aangesproken door een andere pouse pouse renner, die heeft gehoord dat er in een dorpje ca. 10 km buiten Antsirabe een “exhumation” feest is. We gaan erheen en ik kijk mijn ogen uit.

Honderden mensen staan in de brandende zon op een heuvel bij een mooi versierde graftombe. Er is muziek van de lokale muzikanten, er wordt gedanst met opgerolde rieten matten boven het hoofd, waar later de doden op worden gelegd. Doden worden in doeken gewikkeld, onder begeleiding van het volkslied uit tombe gehaald en op de matten gelegd. Naasten knijpen liefkozend in de bedekte lichamen. Is dat om te voelen in welke staat van ontbinding het verkeerd, of is het als begroeting bedoeld? Ik weet niet, maar vind het een erg intiem gebaar. Ze zijn echt weer even samen met hun geliefde.

Herbegraving van de doden. Liefdevol schrijft men de namen op het nieuwe omhulsel

Ik zie een oude man dromerig met het hoofdeinde van een “pakketje” op schoot. Zijn overleden vrouw? bedenk ik romantisch. Na het “herinpakken” van de doden (liefst in zijden stoffen), wordt de naam van de overledene weer op de stof geschreven. Ik zie het opschrift “yvonne” en “papa”. Gek genoeg worden daardoor die “pakketjes” echt weer mensen.

Ik mag in de tombe kijken, waar de doden in een nieuwe laag textiel verpakt, in een soort bedjes worden gelegd. Het ruikt er naar aarde, maar ik durf niet echt diep in te ademen.

Ik praat en dans met alle aardige, goedlachse mensen, totdat een aantal te dronken worden en ik vertrek. Wat een ervaring!

Als ik later mijn vader, die in de USA woont, even aan de telefoon heb en mijn belevenissen vertel, zegt hij: “dat zou ik ook wel willen als ik dood ben; zo zien we elkaar toch nog af en toe…” Overwint liefde alles? vraag ik me daarna af.

Een kijkje in de graftombe…

De volgende dag kom ik twee Franse mannen tegen die ook die riviertocht willen maken waar ik over had gelezen. Blijkt Antsirabe toevallig precies het vertrekpunt van die tochten te zijn! We zoeken een gids en nog twee mensen en vertrekken met een auto naar Miandrivazao, waar de riviertocht zal beginnen. Dat blijkt toch nog een halve dag rijden: de afstanden zijn enorm en de wegen slecht. Je doet zelfs in een privé auto een hele dag over een paar honderd kilometer. Onderweg naar de rivier komen we binnen 4 uur rijden van het koelste deel van Madagakar (het “hogere” binnenland) in het heetste deel (de lager gelegen kustgebieden). Wat een verschil! Je voelt niet alleen de temperatuur, maar ook de vochtigheid met de kilometer toenemen.

Buitenlanders worden in Madagaskar aangeduid met “Vaza”, wat vreemdeling betekent. Overal waar we stoppen roepen kinderen “bonjour Vaza!” Vaak volgt daarop helaas de door toeristen aangeleerde vraag: “donnez moi un stylo/bonbon/cadeau” (geef me een pen, snoepje, cadeautje). Het mooie is dat de kinderen ook enorm blij zijn met lege waterflessen. Alles wordt namelijk recycled en hergebruikt! Kids in dorpjes smeken om lege plastic waterflessen die ze bij gebrek aan stromend water of kranen o.a. gebruiken om water uit de rivier te halen. Op de markt zijn zelfs kraampjes met lege plastic en glazen flessen, lege conservenblikjes en zelfs gebruikte injectiespuiten (dat laatste is natuurlijk weer minder handig).

Per uitgeholde boomstam varen we de Tsiribina rivier af onder leiding van bekwame lokale peddelaars. De piroguers (zoals de bootsmannen worden genoemd die met een lange stok de boot in de juiste richting duwen, net als in Venetië) werken hard. De driedaagse tocht in de uitgeholde boomstam (“pirogue”)is voor ons als passagiers een beetje oncomfortabel, maar verder erg relaxed. We kamperen primitief, maar met prachtige uitzichten langs de oevers van de rivier. In mijn boot krijg ik gezelschap van een kip op zijn laatste tocht naar de “chicken curry” van die avond… Het arme beest, ik kan niets voor hem doen.

Een ringstaart maki, die alleen op Madagaskar voorkomt

Onderweg word ik triest bij de aanblik van de kale bergen. Het duurt anderhalve dag varen vanaf het laatste dorpje (ca 75 km) voordat we de eerste bomen zien. Alles is gekapt of verbrand. De ontbossing is zo snel gegaan dat Madagaskar nu niet meer het groene eiland wordt genoemd, maar het rode eiland, naar de rode aarde die door de erosie overal zichtbaar is. De dramatische ontbossing van de laatste 20 jaar komt niet alleen door het (al of niet illegaal) kappen van bomen, maar ook door het verbranden van stukken grond om de koeien daar te laten grazen en het koken op hout of houtskool. Aan dat laatste is niets te doen, omdat er gewoon geen alternatief is om te koken. Elektriciteit is er niet en bovendien zou dat veel duurder zijn, net als gas. Het uitbannen van het verbranden van land om graasgrond te krijgen is erg moeilijk. Bepaalde stammen geloven dat de rook die hierdoor ontstaat, de wolken vormt die later regen geven. Hoe dan ook is de grootste boosdoener de regering. Als zij niets doen aan de corruptie en de illegale grootschalige houtkap, en die gaat in dit tempo door, dan staat er binnen 5 jaar geen enkele boom meer op Madagaskar. De situatie is echt veel erger dan je denkt. Het is om hopeloos van te worden.

De lokale bevolking weet niet beter dan dat ze moeten (over)leven. Ze kijken niet verder dan dat er eten voor het gezin moet komen en dat kan je ze niet kwalijk nemen. Dat eten bestaat trouwens voor meer dan 60% uit rijst. Men verbouwt rijst, eet 3 keer per dag rijst en, of dat nog niet genoeg is, drinkt rijstwater bij het eten. Dat is een soort thee gemaakt van aangebrande rijst… Mensen met een beetje fantasie en een positieve insteek zeggen weleens dat het een beetje naar karamel smaakt. Ik vond het precies zo smaken als je verwacht: “verbrande rijst-thee”. Proost!

Als we de tweede dag dan uiteindelijk door de bossen varen, zien we vrijwel direct onze eerste lemurs (een aantal soort aapjes die alleen op Madagaskar voorkomen), kameleons en krokodillen. Zo moet Madagaskar eruit hebben gezien voor de dramatische ontbossing! Gelukkig zijn er nog een paar mooie plekjes over.

De ossenwagen: het lokale vervoersmiddel. Lang leve de multifunctionele “Zebu”!

Aan het eind van de riviertocht regelen we een houten ossenwagen om ons dwars door de rijstvelden naar een plek te brengen waar onze fourwheeldrive nèt kan komen. Madagaskar is het land van de Zebu: een soort koe of os met een grote bobbel op zijn nek. Zebu’s zijn multifunctioneel: ze zorgen voor melk (waar heerlijke yoghurt van wordt gemaakt!), transport met de ossenwagen en uiteindelijk voor vlees. In ieder restaurant staat wel “zebu au sauce” of “steak de zebu” op het menu.

In het binnenland wonen stammen die geheel leven van hun zebu kudden. De Barra die in het zuiden leven, is zo’n volk. Barra jongens van 8 jaar die nooit naar school zijn geweest en die niet kunnen tellen, weten in één oogopslag of er een dier aan hun kudde van soms honderden zebu’s ontbreekt! Hoe ze het doen is een raadsel.

Vrachtwagen op veerpont wordt met mankracht door het water getrokken.

Al hobbelend rijden we in 8 uur over slechte wegen naar de Tsingy: een groep onwerkelijke rotsformaties die op de World Heritage lijst staan.

Weer 8 uur terug hobbelen, langs kleine dorpjes, lopen we wat vertraging op bij een veerboot die met de hand wordt overgeroeid. Vol ongeloof kijken we naar een vrachtwagen die door een paar mannen in het water naar de overkant wordt getrokken.

We eindigen de dag met een prachtige zonsondergang bij een verzameling baobab bomen. De legende is dat God boos werd op de Baobab boom en hem daarom ondersteboven plantte. Daarom lijkt het nu net of de wortels van de boom boven de grond uitsteken. Twee in elkaar verstrengelde baobabs worden de baobab amoureuse (verliefde baobabs) genoemd. Onderaan een enorm grote en heilige baobab, vind ik de resten van offeranden die lokale mensen nog steeds aan deze boom brengen: gevlochten rieten mandjes, maïs en flesjes coca cola!

Hoewel onze riviertocht is afgelopen, besluiten we met hetzelfde groepje een speedboot te huren om ons af te laten zetten in een klein vissersdorpje langs de westkust: Belo sur Mer. Na een paar goede douches om al het rode stof van ons af te wassen en 3 dagen heerlijk seafood eten in lokale tentjes, is het tijd voor een nieuw avontuur. Ik neem afscheid van de fransen, maar niet nadat ik ze heb overgehaald me wat geld te lenen. Mijn bankpasjes werken namelijk niet in de pinautomaten van Madagaskar. In de grote steden heb ik geprobeerd geld op te nemen met mijn creditcard, maar ze nemen alleen Visa kaarten aan en ik heb… twee Mastercards! Slechts één keer is het me na dagen wachten gelukt om met mijn Mastercard wat geld op te nemen, maar dat geld is nu op en ik heb ook nauwelijks cash geld bij me. Niet zo goed georganiseerd dus, maar gelukkig lenen mijn reisgenoten me wat geld zodat ik verder kan.

Ik vind twee lokale vissers bereid me in hun uitgeholde boomstam met zeil 200 km naar het zuiden te varen, naar Tulear. De tocht zal afhankelijk van de wind een week tot 10 dagen kunnen duren.

Zo zit ik een paar dagen na de riviertocht alweer in een houten bootje! We slapen op verlaten stranden, eten versgevangen vis en proberen mijn bagage te redden van de golven die iedere dag ons kleine wankele bootje in komen. Ook al is het wat oncomfortabel de hele dag op een plankje stil te zitten, ik geniet van de rust op het water en het prachtige uitzicht.

Het is ongelofelijk hoe de vissers kunnen zeilen met een uitgeholde boomstam met wat palen en takken erop, met een verzameling touwtjes aan elkaar gehouden en een zeil gemaakt van oude stukken stof!

Het loopt echter niet allemaal zoals ik had verwacht. Voor vertrek had ik goede afspraken gemaakt (dacht ik) met de vissers, van wie er 1 een beetje Frans sprak. Ieder zou zijn eigen eten en drinken meenemen, ik betaalde een voorschot en de rest van het geld zou bij aankomst in Tulear betaald worden. Tot mijn verbazing blijken ze echter alleen wat rijst bij zich te hebben, verder NIETS! Geen water, geen lucifers, geen mes, helemaal niets! Ze slapen onder het zeil van hun boot, waar ze met twee roeispanen heel handig een tentje van maken. Ik heb mijn eigen tentje bij me en gelukkig extra eten, dat ik met ze deel. Maar mijn watervoorraad is beperkt, evenals mijn geduld als ze me steeds weer om geld vragen…

Op zich is dat niet gek. Madagaskar is een van de armste landen ter wereld. 70% van de bevolking leeft onder het armoede niveau. Het minimumloon is 50.000 Ariary: ongeveer 25 dollar per maand. Een ambtenaar verdient ongeveer 60 euro per maand. Geen wonder dat alle politiemensen corrupt zijn. De hoofdprijs in de grootste loterij is 5 miljoen Ariary, ofwel 2.500 dollar.

Met een originele “houtjes touwtjes zeilboot” op zee

Ik vraag me af wat de vissers zouden doen als ze zo’n bedrag zouden winnen. Wat zijn hun dromen? ’s Avonds bij het kampvuur besluit ik het ze te vragen. “Ik zou een groot huis bouwen”, begint de één. “En een paar boten kopen…” vult de ander aan. “En een mooie auto…”. “Ik zou een hotel bouwen, zodat ik nog meer geld kon verdienen”, bedenkt de jongste: “en dat hotel noem ik dan naar mijn zoontje”, voegt hij er resoluut aan toe. De oudste verbaast me door met een dromerige blik in zijn ogen te besluiten: “een DISCO! Dat is wat ik zou kopen! In de grote stad, dan is het altijd feest.”

Halverwege de reis komen we in een (volgens de vissers) “grote stad”: Morombe. Hoopvol ga ik op zoek naar een internet café, maar er blijkt niet eens elektriciteit te zijn! De brede, stoffige zandstraten en de vervallen gebouwen doen denken aan een slaperig wild west stadje.

Hoewel Morombe voor mij niets interessants te bieden heeft, is het voor de vissers een paradijs. Ze vragen mij om het zoveelste voorschot van de afgesproken reissom en vieren feest. In hun eigen dorp zijn ze werkloos: hier zijn ze “mannen van stand”, die van ver weg komen, met een zeldzame toerist en… geld! Ze zijn vrijwel meteen dronken, verdwijnen met meisjes en zijn de volgende ochtend niet bereid om verder te waren. “De wind staat niet goed”, zegt de ene met een slaperig kater-hoofd. De ander is nog niet eens thuisgekomen…

Na twee dagen wachten heb ik er genoeg van en zoek ik een andere manier om weg te komen.

Dat blijkt niet eenvoudig. Een Frans stelletje dat net als ik per boot is gekomen heeft een taxi-brousse gereserveerd en betaald voor de 19 uur (!) durende reis naar Tulear, maar die is niet op komen dagen. Ook zij zitten al twee dagen vast in Morombe, waar de gehele bevolking steeds dronkerder en onvoorspelbaarder wordt door de naderende verkiezingen…

Gezamenlijk vinden we uiteindelijk een 4×4 voor de meest verschrikkelijke reis van mijn leven. De weg is zo slecht dat ik helemaal door elkaar word geschud en om de twee minuten keihard met mijn hoofd tegen het plafond bonk. Er lijkt geen eind aan te komen. Maar het had nog erger gekund: onderweg zien we vele taxi-brousses met pech in het stof in de brandende zon staan…

Poep op het strand!

Tien lange uren later in stranddorpje Ifaty aangekomen, kan het ons niets meer schelen: een prachtig wit strand, palmbomen, lieve hutjes op het strand, heerlijk seafood eten voor bijna niets en… massage!!!

Een van de mooie punten aan Ifaty, is dat het strand schoon is, in tegenstelling tot de andere plaatsen waar ik was geweest. Madagaskar staat bekend als het kruiden eiland, dat staat in iedere reisgids. Vanille, kaneel, essentiële oliën etc. Wat ze vergeten te vermelden, is hoe het op de meeste plekken ECHT ruikt. Dat is namelijk niet lekker. Waar je ook komt, in kleine dorpjes, langs de weg en op de meest verlaten plekken, het ruikt er naar… POEP! Mensenpoep nog wel. Bij gebrek aan stromend water, badkamers of WC’s, doet iedereen zijn behoefte in de open lucht. Vooral op prachtige stranden is de idyllische indruk zo verpest als je weer eens in een drol stapt of een flinke vlaag poeplucht over je heen krijgt. Een minpuntje.

Een “Wild West landschap”. Waar is Lucky Luke?

Na drie dagen uitrusten vinden we een chauffeur die met zijn cliënten langs de “toeristische route” over de snelweg naar Tulear is gereden en nu leeg terug zou rijden naar “Thana”, de hoofdstad. Tegen een vriendenprijsje neemt hij ons mee. Onderweg (tocht van 6 dagen!) bezoeken we een aantal parken en dorpjes. Isalo: wildwest landschap met paradijselijke “oases” van water, groen en koelte tussen de rotsen, Ranomafana: de laatste stukje bewaard regenwoud, Ambousitra: houtbewerkers. Na wat we van Madagaskar hebben gezien doet dit traject een beetje toeristisch aan: een beetje “gemanicuurd Madagaskar” voor de wat luxere en vaak iets oudere toeristen, maar niettemin mooi om te zien.

De laatste dag bezoek ik nog een school en hulpverleningsproject voor arme kinderen, waar een Zwitserse dame die ik op de riviertocht had ontmoet, werkt als vrijwilliger.

Poging tot serieuze vergadering op vrijwilligersproject vlak voor mijn vertrek.

Een paar uur voor mijn vertrek belt de Zuid Afrikaanse zakenman, dat hij die dag een meeting zou hebben met de overheid, maar dat hij geen vlucht heeft kunnen vinden, of ik in zijn plaats wil gaan! Ik regel het zo dat de vertegenwoordiger van de overheid naar mij toe komt, op het terrein van het vrijwilligersproject. Tijdens de meeting spreken we het businessplan door dat ik nog niet eens had kunnen downloaden in het langzame internet café… Ik kan bijna niet geloven dat ik me in zo’n absurde situatie bevind, maar alles is mogelijk in Madagaskar, dat blijkt maar weer!

Uiteindelijk was iedereen tevreden en was voor mij de cirkel rond. Ik kon weer terug naar huis, met mooie herinneringen aan een fantastische maand in een magisch land! Die mysterieuze jungle trein, waar het allemaal mee begonnen was, heb ik nooit gevonden, maar daar heb ik geen moment spijt van gehad.

Share this Blog post:
See my Instagram
Facebook
Facebook
YouTube
YouTube
LinkedIn