Heilige koe

(2008) Trots ben ik dat ik de aller-aller goedkoopste huurauto van Curaçao heb gevonden. Nog geen acht euro per dag, alles inbegrepen. Het is een lelijke oude bak, maar het rijdt. “De vriendelijke eigenaar komt me zelfs afhalen van het vliegveld”, schep ik op tegen vrienden. Maar een paar weken, en een stuk of vijf auto’s later juich ik niet meer. Met iedere auto is wat mis. Geen benzinemeter (lastig, maar op te lossen door de kilometerteller goed in de gaten te houden), geen achteruitkijkspiegel (gevaarlijk), geen handrem (onmisbaar, vooral als je op een heuvel woont en eigenlijk iedere dag de “hellingproef” moet doen), koplampen die niet rechtuit schijnen waardoor je ‘s nachts niets ziet, startproblemen, deuren en ramen die niet open of dicht gaan enzovoort. Vaak komt een probleem niet alleen, maar in (onmogelijke) combinaties, zoals geen benzinemeter EN geen kilometerteller! De eigenaar geeft me steeds een vervangende auto, maar ik raak gefrustreerd en bovendien beginnen mijn vrienden me uit te lachen.

Dan maar een eigen auto kopen. Op internet vind ik een oude Toyota: die zijn erg gewild op Curaçao omdat er veel onderdelen voor zijn. De verkoper laat me een uur in de brandende zon wachten, maar uiteindelijk lijkt zijn auto een goede deal voor 3000 gulden (ca. 1300 euro). In Nederland zou je hier niet mee gezien willen worden, maar hier kan alles. De auto is gekeurd tot 2010, verzekert de verkoper.

Als ik anderhalf uur in de rij heb gewacht bij de Belastingdienst om de auto op mijn naam te laten overschrijven, zeggen ze dat ik de auto eerst moet laten keuren. “Hij is al gekeurd”, reageer ik zelfverzekerd. De ambtenaar kijkt op zijn scherm en zegt “nee, mevrouw, de auto is tot september 2008 gekeurd”. Teleurgesteld probeer ik nog “maar de verkoper zei dat hij tot 2010 gekeurd was!?!” Zowel de ambtenaar als de hele rij mensen achter me schudden meewarig hun hoofd… “Meisje toch, hoe kun je zo goedgelovig zijn…” hoor ik ze denken.

Als ik de verkoper hiervan op de hoogte breng, zegt hij zonder verdere uitleg dat hij de auto alsnog zal laten keuren. Hij wordt op alle punten goedgekeurd.

Dan moet ik zelf ook nog naar de Keuringsdienst, het keuringsbewijs laten overschrijven, dan naar de verzekering en tot slot weer naar de Belastingdienst om de auto op mijn naam te krijgen. Dat kost me in totaal een dag. Lang leve de “one stop shop” bij het Postkantoor in Nederland!

Als ik uiteindelijk in mijn Toyootaatje rijd, merk ik dat hij een beetje zwabbert over de weg. Ik vertrouw het niet helemaal en bel een monteur voor een afspraak. Onderweg naar de garage hoor ik ineens een luide KRAK en met een schok zakt mijn auto door zijn vooras….. “Niet meer te repareren” is de conclusie van de monteur, nadat de auto met een sleepwagen naar zijn garage is gebracht. Drieduizend gulden weggegooid in twee dagen, is mijn trieste les.

Een vriend biedt me aan zijn auto, ook een Toyota, te lenen. Helaas word die nacht voor zijn huis de radiateur en andere onderdelen uit de motor van zijn auto gestolen! Op een beveiligd resort nog wel… Kennelijk zijn Toyota onderdelen inderdaad erg gewild op het eiland.

Nu hebben we allebei geen auto en moeten we weer een auto huren. Deze keer huur ik een nieuwe auto, zo duur mogelijk!

Share this Blog post:
See my Instagram
Facebook
Facebook
YouTube
YouTube
LinkedIn