Botswana (2007)

Botswana is een prachtig land, rijk aan natuur. Maar liefst 18% van het grondgebied is national park. Het land heeft evenveel inwoners als Nederland, maar is veel groter, dus is er enorm veel ruimte. Maun (bij de Okavango Delta) is de acht na grootste stad van het land, maar is eigenlijk niet meer dan een dorpje met 3 straten.

De mensen in Botswana zijn enorm vriendelijk. “We are a peaceful country” zeggen de mensen zelf. Vroeger vochten de verschillende stammen met elkaar, sinds de onafhankelijkheid in 1966 is het rust en vrede.

Twee zwarte jongens die me een lift gaven in een oude auto vroeg ik voor de zekerheid: “jullie gaan me toch niet ontvoeren, hoop ik”. Ze keken verbaasd om en zeiden in koor: “Oh nooo, mam, we are a free country!”

Iedereen in Botswana heeft een Totem, een beschermdier. Een vriendelijke serveerster was trots om over haar land te vertellen. Haar totem, ofwel beschermer, is een baviaan.”Mijn stam is ooit gered tijdens een gevecht met een andere stam, doordat een baviaan fruit gooide naar de vijand, die daarna de strijd opgaf. Sindsdien vereren we de baviaan. Het is een sterke totem.

Er zijn relatief weinig toeristen in Botswana, omdat het bekend staat als een duur land. Je kunt inderdaad erg luxe op safari hier, met transport naar afgelegen prekken in kleine vliegtuigjes en accomodatie in de meest mooie resorts en luxe tentenkampen. De mensen die je tegenkomt zijn vooral oudere stellen, vaak Amerikanen (je herkent ze aan hun modieuze en niet functionele “jungle-outfits”). Je ziet bijna geen backpackers of zelfstandige reizigers. Daardoor is het nog best een traditioneel land, nog niet zo beinvloed door commerciele motieven.

Veel trotse vrouwen lopen in prachtige traditionele kostuums van kleurige wikkelkleden met een “tooi” op hun hoofd die de vorm heeft van de hoorns van een buffel.

Het is grappig om te zien hoe lokale bewoners met ezelskarretjes over de relatief goede asfaltwegen rijden. Er staan geen hekken langs de wegen (te duur), dus is er veel wild op de weg. Je moet constant uitkijken om geen wrattenzwijn, springbok of andere dieren aan te rijden.

De Okavango Delta is de grootste toeristische trekpleister. Het is een uniek watergebied, dat helaas dreigt te verdwijnen als Namibie de Okavango rivier als watervoorziening gaat gebruiken. Met een “mokoro” kano (= uitgeholde boomstam: erg wankel!), word je door het groene watergebied vervoerd. Een lokale gids beweegt de kano met een lange stok voort (net als in Venetie, maar dan zonder gezang en een stuk goedkoper!). Je kampeert op de oever en hoort ‘s nachts de nijlpaarden en leeuwen brullen. Een bijzondere ervaring!

Het land is redelijk rijk, er zijn goede wegen en de mensen lijken erg gelukkig. Natuurlijk is HIV hier net als in andere Afrikaanse landen een groot probleem. Overal zie je posters met uitleg over preventie etc.

Tuli, ofwel het Masheru National Park, ligt in het zuid-oosten, op de grens met Zimbabwe en Zuid-Afrika. Het is een relatief onbekend gebied, waar je prachtige paardentochten kunt maken, tussen de “big 5”. Je mensengeur wordt gemaskeerd door de paardenlucht, waardoor je veel dichter bij wilde dieren kunt komen dan normaal gesproken. Het is een machtig gevoel om zo echt TUSSEN de dieren te rijden en onderdeel te zijn van het landschap. (Zie Limpopo Valley Horse safari)

Share this Blog post: